vrijdag 22 juni 2012

Winst en Verlies



Winst en verlies


 Wat ligt het ver weg zo’n leven
mijn leven, alsof het in een kamer
achter beslagen ruiten is gaan slapen.
Ergens in een hoek onder een tafel voert

de oude pijn soms nog de boventoon
aan het plafond zweven
kwetsbaar nog wat draadjes hoop voor morgen;
 schoorvoetend valt door het dakraam

een gouden spoor van zonlicht naar binnen.
Herinneringen maken we - kamers vol –
zónder het te weten.,
…maar misschien kun je vandaag wel opstaan:

en op zoek gaan naar het zingen van een Vogel,
wandelen in een nieuwe dageraad, zo’n jonge dag
zo’n dag die glimlacht en die jou kan drágen
als een pleister op de wonden
van het hart





juni II, 2012 [de huisdichter] nr. 163 in Tromgeroffel. 
Afbeelding: ‘Het Menselijk Hart’ door H. Hesam

Tijd


  Tijd


als lome schepen varen
de dagen heen naar het grijs vergeten.
op de dakrand van het heden
drijven woorden als wolken

uiteen, wat heb ik gezegd
toen het nog gisteren was en wie
waren de getuigen
- vergeten -

luchtkastelen opgegaan
in onopgemerkte uren van het afscheid
van mijn jeugd

langzaamaan is wat
nog komt alweer
voorbij






Juni 2012, [de huisdichter] nr163 in Tromgeroffel
Afbeelding: ‘De Wolkenschilder’ door Ben Goossens

zondag 28 november 2010

Pegasus and Chrysaor 1876-1885 Edward Burne-Jones


Het Dichterspaard

Uit de liefde tussen Medusa en Poseidon werd Pegasus geboren. Op het moment dat Perseus Medusa onthoofde kwam Pegasus te voorschijn uit haar onthoofde lichaam.
Pegasus probeerde naar de Olympus - het huis van de goden - te vliegen, wat hem uiteindelijk is gelukt nadat hij  Bellerophon (de hoogmoedige) die hem gevangen had gehouden van zich had afgeschud. Daar werd Pegasus de drager van de bliksemschichten van Zeus en hij gaf ook zijn naam aan een sterrenbeeld op het noordelijk halfrond.
Met zijn hoefslag schiep hij ''de paardenbron” Hippocrene. Deze bron was heilig voor de muzen en Apollo. De bron was een bron van inspiratie voor de muzen en de dichters en bracht hen tesamen in dichterlijke vervoering.
Daarom wordt Pegasus ook wel 'het dichterspaard' genoemd, het rijdier van de dichters.

 The winged horse

Soms, heel soms waag ik het schoorvoetend me kortstondig een dichter te voelen wanneer ik door de muze bevlogen ben. Soms ook voel ik me zelf de muze van 'Het Gedicht'. En wéér vallen de twee – muze en gedicht - samen als onvervreemdbare delen van mijzelf en telkens weer laaf ik me aan de bron Hippocrene, waar mijn ziel woont, zuchtend, wachtend op Pegasus die me op zal nemen en me meevoert naar gezegende plaatsen.
Omsloten in een ring van beloftevolle zegening draagt het woord mij naar huis en ooit zal er wellicht wat genade zijn, mijn hart in tederheid en zachte razernij - vol ongeloof zal ik wachten tot hij me komt zoeken. 
En mocht ik sterven, dan toch zal mijn leven vervuld zijn, want zó heb ik liefgehad, niets dan liefgehad - de muze;  buiten en binnen mij.


In 'Ode to a nightingale' verwijst John Keats naar de Hippocrene:

..... O for a beaker full of the warm South
Full of the true, the blushful Hippocrene,
With beaded bubbles winking at the brim,
And purple-stained mouth;
That I might drink, and leave the world unseen,
And with thee fade away into the forest dim: .....